


















De geometrische serie Paradoxaal bestaat uit schilderijen — vaak shaped canvases — die volledig overtuigend ogen maar onmogelijk kunnen bestaan. De ruimtes laten zich op meerdere manieren lezen; perspectieven kantelen, betekenissen blijven ambigu. Het oog gelooft wat het ziet, terwijl het verstand weet dat het niet kan kloppen.
De paradox is daarbij geen optische truc op zichzelf, maar het eigenlijke onderwerp. De werken onderzoeken wat het betekent iets te ervaren dat tegelijk waar en onwaar lijkt. Zien gaat soms vooraf aan begrijpen — en soms gebeurt het omgekeerde.
In de serie Mindscapes verschijnt dezelfde paradox, maar nu als werkwijze. Ik werk met onorthodoxe verfprocessen — gieten, laten vloeien, ingrijpen — waarbij toeval een actieve rol speelt. Maar toeval sturen is onmogelijk: wie het volledig controleert elimineert het toeval; wie het volledig loslaat verdwijnt als maker. Het werk ontstaat in het spanningsveld daartussen.
Op het eerste gezicht staan beide series ver van elkaar: geometrisch tegenover organisch, geconstrueerd tegenover gevonden. Toch vertrekken ze vanuit dezelfde vraag. De geometrische werken maken paradox zichtbaar als structuur; de mindscapes maken haar voelbaar als ervaring.


